Professionele begeleiding bij hoogsensitiviteit, stress, burn-out en angst

27 april 2021
Hou je mond

Hou je mond

De kleuterschool

Ik zit in de klas met andere kinderen en voel me heel erg misselijk. De slofjes die ik verplicht aan moest trekken knellen om mijn enkels en het is benauwd in het lokaal. Ik ben heel erg mijn best aan het doen me niet te voelen zoals ik me voel. Ik zeg niks want ik heb al mijn energie nodig om de misselijkheid onder controle te houden. Ik zweet me rot en ben alleen maar aan het overleven. Eindelijk gaat de schoolbel! Het voelt als een enorme bevrijding, omdat ik die vreselijke sloffen uit kan doen en naar buiten mag. Ik ben 4 jaar.

 

Dit is een herinnering van één van de kleuterscholen waar ik op gezeten heb. Ik weet er verder weinig meer van, maar ik herinner me nog wel dat ik vanaf die eerste dag alleen nog maar slofjes uitkoos die veel te groot waren zodat ze niet zo strak zaten. Ook heb ik een vage herinnering aan de sfeer van de school, waar ik me niet zo fijn bij voelde.

 

Een zelfde soort gevoel herinner ik mij van een dag waarop ik als kabouter verkleed was, en de baard die ik om had verschrikkelijk knelde, waardoor ik al net zo misselijk werd als van die slofjes. Ik herinner me het gevoel nog heel goed. Vooral dat ik zo mijn best deed om niet lastig te zijn, waardoor uiteindelijk de tranen over mijn wangen rolden van ellende, omdat ik niet zei wat er aan de hand was.

 

Juf zegt: “Ga maar lekker in de poppenhoek spelen.” Ik wil niet in de poppenhoek spelen, ik wil liever lezen en schrijven, maar juf geeft mij een wit stuk papier waarop ik mag tekenen. Ik wil ook niet tekenen, waardoor ik straf krijg en met een vinger voor mijn mond moet zitten. Als de bel gaat voor de pauze, mag iedereen op de brede stenen rand van de zandbak gaan staan, waarna juf om de beurt iemand aanwijst die iets uit het speelgoedhok mag kiezen. Ik hoop heel erg dat ik als één van de eersten aan de beurt ben, want dan kan ik een skelter uitkiezen. Maar helaas word ik helemaal niet gekozen en blijf ik samen met nog een paar anderen over, die in de zandbak mogen spelen. Ik ben 5 jaar.

 

Ik zie nog zo de gekleurde plastic schepjes en zeefjes voor me. Ik vond er niks aan. Ik vond naar school gaan überhaupt niet leuk en ik herinner me ook niet dat ik het leuk had met de andere kinderen. Ik vond ze vooral druk en luidruchtig.

 

De lagere school

Toen ik op de lagere school zat kostte elke dag me veel energie, hoewel ik van nature een vrolijk kind was. Inhoudelijk kostte het me niet veel energie, dat vond ik niet moeilijk. Maar meer het contact met andere kinderen. Het ene moment ‘hoorde ik erbij’, en het andere moment was ik het middelpunt van pesterijen. En ik begreep zelf niet waar dat aan lag. Ik nam het op voor andere kinderen die gepest werden en ik herinner me nog dat het me zeer deed in m’n buik als zij werden gepest.

 

Op een bepaald moment nam ik een mooi nieuw springtouw mee naar school, een hele lange blauwe. Daarmee konden we op het schoolplein, tussen twee bomen in, touwtje springen met een hele groep. Dat ging een aantal dagen goed, totdat op de één of andere manier de stemming omsloeg en niemand meer mee wou doen.

 

Zo ging het vaker. Ik had dan bijvoorbeeld nieuwe kleren aan waar ik complimenten voor kreeg. Maar een paar dagen later werd ik ermee gepest. Het was voor mij elke dag weer afwachten hoe andere kinderen reageerden, waardoor ik eigenlijk altijd een beetje gespannen of zenuwachtig was. Er was geen fijne rustige sfeer, maar meer een sfeer waarbij ik steeds op m’n hoede was.

 

Op mijn rapporten stond vaak ‘kletst teveel’. Het gekke is, dat ik me dat helemaal niet kan herinneren. Ik weet nog wel dat ik veelal reageerde op iemand anders, en dat waarschijnlijk net wat te hard deed, waardoor ik op m’n kop kreeg en die ander niet. Ik was altijd snel klaar met de opdracht van de les, en ging dan andere kinderen van hun werk afhouden. Ook moest ik altijd vreselijk lachen om iets wat een ander deed, bijvoorbeeld om een tekst op een briefje dat ik naar me toegeschoven kreeg. Omdat ik dan degene was die geluid maakte, moest ik de gang op. Ik heb veel op de gang gestaan…

 

Ik heb de slappe lach en kan niet meer stoppen. Het voelt tegelijkertijd fijn en niet fijn. De meester waarschuwt mij dat ik moet stoppen, maar het lukt me niet. Dan pakt hij me bij mijn schouders en nek vast en knijpt zo hard dat ik het gevoel heb dat ik stik. Ik krijg het heel erg benauwd en ben erg bang. Het lijkt eindeloos te duren voordat hij loslaat. Ik voel me verschrikkelijk, mijn hart gaat als een gek tekeer en mijn nek en schouders doen vreselijk veel pijn. Maar ik zeg niks. Ik ben 8 jaar.

 

De middelbare school

Op de middelbare school werd het er niet makkelijker op. Waar hoor ik bij, wat moet ik wel of juist niet zeggen, wat voor kleren moet ik aan? Ik vond heel veel dingen niet leuk waar andere kinderen het over hadden, maar ik voelde wel aan dat ik dat maar beter niet kon zeggen. Ik hield mijn mond omdat ik bang was voor afwijzing of buitensluiting. Ik had last van het lawaai op school, de drukte, het hoge tempo en van alles wat ik steeds móést. Ik voelde me anders, en van hooggevoeligheid had toen nog niemand gehoord.

 

Het lukte me steeds minder goed om te luisteren naar de leraren en de lesstof in me op te nemen. Ik staarde veel uit het raam en voelde me vaak moe. Hierdoor moest ik het thuis allemaal zelf opnieuw doorlezen, wat me veel tijd kostte. Maar ik deed het wel, want ik wou het wel goed doen. Ik vertelde niemand hoe het met me ging of hoe ik me voelde, dat kwam gewoon niet in me op.

 

Het beroepsonderwijs

Zo worstelde ik me door de middelbare school heen. Daarna ging ik naar het conservatorium, waar ik me al veel beter op m’n plek voelde. Toch kwam ik ook hier weer tegen, dat als ik écht zei wat ik vond of wou, me dat niet in dank werd afgenomen. Zo gaf ik op een bepaald moment aan dat ik naar een ander conservatorium wou, omdat ik graag met meer medestudenten op wou trekken die hetzelfde instrument speelden als ik, en ik het niveau te laag vond op het conservatorium waar ik studeerde.

 

De stemming sloeg meteen om, mijn docent nam het persoonlijk op, de medestudenten reageerden anders op mij en ik werd soms zelfs volledig genegeerd. Gelukkig weerhield het me niet om weg te gaan, want ik kwam op een veel betere plek terecht. Maar….voordat ik daar terecht kwam…

 

“Hoe dúrf je te zeggen dat je nog ergens anders auditie gaat doen! Dit is het Kó-nin-klijk Con-ser-va-to-ri-um! Iederéén wil naar het Kó-nin-klijk Con-ser-va-to-ri-um! Het is graag of niet!” Ik blokkeer van de spanning en kom niet meer uit mijn woorden. Stamelend zeg ik dat ik toch graag de andere auditie nog even afwacht en dat ik zo snel mogelijk laat weten wat ik ga doen. Ik ben 20 jaar.

 

Uiteindelijk ging ik naar het andere conservatorium en daar heb ik nooit spijt van gekregen. Maar ik herinner me nog goed het gevoel, dat ik zo ineenkromp omdat die man zo kwaad werd. Ik kreeg het gevoel dat ik iets vreselijk fout had gedaan, terwijl dat eigenlijk natuurlijk niet zo was.

 

Zijn wie ik ben

Zoals ik in mijn blog ‘Hoe ik angst en somberheid overwon’ al beschreef, ben ik heel lang somber geweest. Niet continu, maar wel heel vaak en heel veel jaren. Hier kwam verbetering in toen ik me meer leerde en durfde uit te spreken. Toen ik meer toestemming aan mezelf gaf, te mogen zijn wie ik ben. Toen ik milder en liefdevoller voor mezelf werd.

 

Er komen nog steeds wel mensen op mijn pad die willen dat ik mijn mond houd. Die moeite hebben met hoe ik ben en wat ik vind. Ik weet inmiddels dat je als hooggevoelig persoon alleen al door je ‘zijn’ iets op kunt roepen bij bepaalde mensen. Een vriendin zei tegen me: “Je bent op een bepaalde manier ongrijpbaar en tegelijk prik je overal doorheen. Daar kunnen sommige mensen niet tegen.”

 

En ik hoor vergelijkbare voorbeelden van mijn cliënten: “Ze willen dat ik anders reageer dan ik doe”, “Ik moet meteen een antwoord hebben terwijl ik dat niet heb”, “Ze vinden dat ik te kritisch ben”, “Ze voelen zich eigenlijk bedreigd door mij omdat ik hen doorzie”, “Ik durf mijn eigen mening niet te geven want ik ben bang voor wat ze dan van me vinden”, of “Ik denk altijd al 10 stappen vooruit maar dat wordt niet gewaardeerd of zelfs veroordeeld.”



Zet jezelf neer

Waarom schrijf ik hier nou eigenlijk een blog over? Ik wil niet dat mensen zich stil houden of anders moeten zijn dan ze zijn. Ik wil mezelf ook niet stil houden of anders zijn dan ik ben. Ik vind júist dat andersdenkenden zich niet stil moeten houden, of ze nou hooggevoelig zijn of niet. Hun vaak originele ideeën kunnen juist heel waardevol zijn. Hun creativiteit komt op gang in een stimulerende, veilige en positieve omgeving. Werkgevers zouden daar profijt van kunnen hebben.

 

Bovendien kun je somber worden als je jezelf stilhoudt. Een deel van jou mag er dan niet zijn, een deel van jou staat in de wachtstand, of op pauze, een deel van jou leeft niet. Terwijl je in wezen natuurlijk volledig mag zijn wie je bent, vinden wat je vindt en voelen wat je voelt. Juist datgene waardoor jij zo uniek bent, voegt iets toe aan deze wereld. 

 

Jezelf uiten en neerzetten vraagt volledige acceptatie en waardering van wie je bent. Niet jezelf aanpassen, stilhouden, wegcijferen, overvragen of veroordelen. Maar ruimte en toestemming geven aan wie je echt bent, wat je makkelijk afgaat, waar je blij van wordt, wat er in je opkomt. Vanuit een innerlijke veiligheid en liefdevolle acceptatie gaat je creativiteit stromen.

 

Dit moet ik ook steeds opnieuw tegen mezelf zeggen. En ik ben nu 49. Pas als ik mezelf volledig toesta te zijn wie ik ben, en ik dus ook niet mijn mond hoef te houden, zal ik het niet meer op die manier in mijn persoonlijke omgeving tegenkomen zoals het er nu is. Mijn persoonlijke omgeving is een afspiegeling van wat er leeft in mij. Als ik vind, zelfs op onbewust niveau, dat ik mijn mond moet houden, dan kom ik situaties tegen die dat bevestigen. Dat geldt natuurlijk ook voor het positieve tegenovergestelde: als ik vind en voel dat ik helemaal goed ben zoals ik ben, zal de wereld om mij heen dit spiegelen. 

 

 

Heb vertrouwen 

Het begint met het leven te leven dat jij wilt leven en dat voor jou bedoeld is. In het hier en nu. Accepteren en waarderen wie en wat je bent, wat je voelt en vindt, wat je kunt en niet kunt, etc. Niet ergens tegen vechten of iets verborgen houden. Niet wachten op acceptatie of waardering van een ander. Integendeel, dat zal vanzelf volgen doordat jij jezelf accepteert en waardeert en daar ook naar leeft.

 

Praktisch gezien vraagt dat van jou om woorden te vinden die duidelijk kunnen maken aan anderen hoe jij bent, wat jij nodig hebt en wanneer jij tot bloei komt. Probeer daarbij de nadruk te leggen op wat jij daar zelf in kunt doen, dus niet op wat anderen voor jou zouden moeten doen. Je kunt wel vragen of ze ergens rekening mee kunnen houden, zoals bijvoorbeeld dat jij even wat meer tijd nodig hebt om te antwoorden of te reageren.

 

Wees niet bang jezelf te zijn. Er zijn altijd mensen die er iets van vinden, maar dat zegt meer over hen dan over jou. Niet jezelf zijn is gewoon geen optie, daar word je ziek en ongelukkig van. Lekker anders zijn is veel beter. Vertrouw erop dat het juist de bedoeling is dat jij precies bent zoals je bent.

 

Emeli Sande heeft een prachtig nummer geschreven dat ik passend vind bij dit artikel. De eerste keer toen ik het hoorde werd ik er al door geraakt. Het nummer heet ‘Read all about it’. Klik erop om het te beluisteren.

 

Herken je iets uit dit artikel en zou je daar graag begeleiding bij willen? Maak dan een afspraak voor een vrijblijvend en kosteloos intakegesprek.

 

 

Vraag een gratis intakegesprek aan




Terug

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Nu aanmelden